Studiegids voor de toetsweek · HAVO
Het water maakt een korte reis: het gaat van de oceaan de lucht in en valt weer terug in de oceaan.
De korte waterkringloop: verdampen van water → condenseren → neerslag → direct terug in de oceaan
De overige 22% van het water maakt een langere reis over land voordat het weer in zee komt. Na verdamping en condensatie blazen winden de wolken naar het land, waar het regent. Vanaf daar zijn er meerdere routes:
De korte én lange waterkringloop: verdamping, neerslag (sneeuw/regen), transpiratie, evaporatie, grondwater — alles komt uiteindelijk weer in de oceaan
Water komt in drie fasen voor:
Van die 3% zoet water:
Verdeling water op aarde: 71% water (97% zout, 3% zoet) — van het zoete water: 70% ijs, 29% grondwater, 1% meren/rivieren/atmosfeer
Een stroomgebied is het hele gebied dat zijn water via een rivier afvoert.
Nederland ligt in 4 stroomgebieden: Schelde, Maas, Rijn en Eems.
De 4 stroomgebieden van Nederland: Rijn (geel), Maas (groen), Schelde (blauw) en Eems (paars)
De Rijn is een gemengde rivier met een groot stroomgebied → veel en relatief constant water.
De Maas is een regenrivier met een klein stroomgebied → minder water, maar de waterstand kan sterk variëren. Bij hevige regenval kan er een piekafvoer ontstaan.
Nederlands kraanwater komt uit drie bronnen:
Als het lang achter elkaar regent, of in korte tijd erg hard, stijgt het waterpeil in rivieren. De rivier kan het water niet meer kwijt → het water treedt buiten de oevers → overstroming.
In het voorjaar dooien gletsjers. Het smeltwater vult rivieren snel. In lagergelegen gebieden, waar het water niet meer naar beneden kan vallen, treedt de rivier buiten haar oevers.
Hevige regenval + zeewater dat tegen de kust wordt opgeblazen. Bij windkracht 12 = cycloon/orkaan.
Door een aardbeving op de oceaanbodem ontstaat een vloedgolf (tot 15 meter hoog!) die het land overspoelt.
Een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel. Zonder dijken en dammen zou het regelmatig overstromen.
Na de Watersnoodramp van 1953 besloot Nederland dat zo'n grote ramp nooit meer mocht gebeuren. Er werd een plan gemaakt: de Deltawerken — grote waterkeringen en sluizen die ons beschermen tegen stormen en hoogwater vanuit zee.
Oorspronkelijk zou hier een dam komen. Maar door protesten van vissers, bewoners en natuurorganisaties is het een kering geworden waar water doorheen kan stromen. Alleen bij te hoog water wordt de kering gesloten. Zo blijft de Oosterschelde een belangrijk natuurgebied.
De Oosterscheldekering — een kering waar water doorheen kan stromen, in plaats van een dichte dam
In de Nieuwe Waterweg bij Rotterdam. Net zo groot als de Eiffeltoren op zijn kant! Er is gekozen voor deze ingewikkelde constructie zodat schepen de Rotterdamse haven kunnen blijven bereiken. Rotterdam blijft zo de grootste haven van Europa.
De Maeslantkering bij Rotterdam — zo groot als de Eiffeltoren op zijn kant
Een dijk is een ophoging van steen, modder, zand of veen die het water tegenhoudt. Dijken worden goed onderhouden en op belangrijke plekken hoger, breder en steviger gemaakt.
Een project van Rijkswaterstaat op verschillende plaatsen in Nederland. In plaats van rivieren opsluiten tussen dijken, geven we de rivier de overstromingsvlakten terug. Zo heeft de rivier meer ruimte bij hoogwater.
Ruimte voor de Rivier: verschillende maatregelen om de rivier meer ruimte te geven (dijken verleggen, uiterwaarden verlagen, nevengeulen graven)
Het beleid van Rijkswaterstaat om overlast door te veel water te voorkomen — in 3 stappen:
Drietrapsstrategie: 1) Vasthouden in bodem/planten — 2) Bergen in retentiegebieden — 3) Afvoeren via rivieren naar zee
Droogte hangt af van hoeveel regen er normaal valt in een gebied. We spreken van droogte als:
De waterbalans = het verschil tussen water dat een gebied binnenkomt (regen, rivieren, grondwater) en water dat eruit gaat (verdamping, gebruik).
Negatieve waterbalans → er gaat meer water weg dan er binnenkomt → watertekort.
De Ataturkdam in Turkije op de Eufraat — stroomafwaarts krijgen Syrië en Irak minder water via de Eufraat en Tigris
De vraag stijgt: