Studiegids Tijdvak 5 (ca. 1500–1600) · HAVO / VWO
Tot ver in de 15e eeuw was het wereldbeeld van Europeanen behoorlijk beperkt — op kaarten ontbraken complete continenten zoals Amerika en Australië. Maar dat veranderde snel.
Voer langs de kust van Afrika naar het zuiden. Stichtte handelsposten (factorijen) om handel in specerijen te controleren. Richtte zich op zeeroutes naar Azië.
Financierde Columbus (1492). Veroverde grote gebieden in Midden- en Zuid-Amerika. Vernietigde oude rijken zoals het Azteekse Rijk en het Incarijk.
Gevolgen voor de inheemse bevolking:
Op plantages in Amerika werden producten als suiker, katoen en tabak verbouwd. Eerst werden inheemse bewoners (Indianen) gedwongen om te werken, maar die waren niet bestand tegen het harde werk. Daarna werden miljoenen Afrikanen als slaven naar Amerika verscheept.
In de rijke stadstaten van Noord-Italië (Venetië, Genua, Florence, Milaan). Dankzij de opkomst van de handel in de late middeleeuwen werd een bovenlaag van kooplieden behoorlijk rijk. Zij wilden genieten van hun geld en hun leven, en ze hadden gestudeerd — zij ontwikkelden een nieuw levensgevoel.
Erfgoed = iets wat is overgebleven uit een vorige generatie. In dit geval: de cultuur van de oude Grieken en Romeinen werd de basis voor de cultuur van de Renaissance.
Onderwerpen uit de klassieke oudheid (Griekse goden) kwamen op het doek. Natuurgetrouwe weergave van mensen, net als Grieken en Romeinen met hun beeldhouwwerk. Voorbeeld: Geboorte van Venus van Botticelli.
Teruggrijpen op de klassieke vormentaal (zuilen, driehoeksgevels). Belangrijkste architect: Andrea Palladio — schreef 4 boeken over architectuur (1570), gebaseerd op het werk van de Romeinse architect Vitruvius.
Klassieke vormentaal als basis. Onderwerpen uit de Griekse/Romeinse mythologie. Voorbeeld: de Neptunus-fontein in Florence (opdracht van de Medici-familie).
Humanisten bestudeerden geschriften van klassieke auteurs (Aristoteles, Pythagoras). Ze zochten de oudst mogelijke versies en keken kritisch: klopte het wel? Ze gingen ook zelf onderzoeken — niet alleen lezen, maar ook doen.
Het Europese christendom was al verdeeld in twee stromingen:
Rooms-katholieke kerk met de paus als leider. Hiërarchisch: paus → bisschoppen → lagere geestelijken.
Oosters-orthodoxe kerk. Zelfde geloof, andere manier.
Luther was een Duitse monnik die oprecht geloofde, maar zag dat er van alles mis was. In 1517 publiceerde hij 95 stellingen — zijn kritiek op de katholieke kerk.
Luther werd door de paus en keizer Karel V uit de kerk gezet en vogelvrij verklaard. Maar veel mensen bleven hem trouw → scheuring in de kerk.
Dit is precies het soort vraag dat op een toets kan komen: "Leg het verband uit tussen..."